[Lees deel 3]

Appius Lacer was zo verrukt, dat hij niet anders kon dan hardop tegen zichzelf te praten. Heel even, toen zijn grootoom plotseling de kant koos van die twee gekken Marcus en die boerin, was de junior architect bang dat zijn plan in gevaar zou komen. Het plan in kwestie was betrekkelijk eenvoudig: hij zou een fort bouwen in de buurt van het dorp en de verdediging van de Oude Gier op zijn zwakst laten totdat de Romeinen dichtbij genoeg waren. Dan zouden ze toeslaan.

Maar uiteindelijk werkte dit nog beter dan hij zich had kunnen voorstellen! Appius vroeg zich af of die vrouw, Kora, gewoon krankzinnig was of dat zij een andere infiltrante van Rome was. Hij moest toegeven dat zij veel beter was in bedriegen dan hijzelf, als dat laatste waar was. Op de een of andere manier was ze er in haar eentje in geslaagd om de Oude Gier over te halen om tonnen grondstoffen te verspillen! Hij kon niet anders dan hardop lachen om de onbeschaamdheid van dit alles.

Hoe dan ook, dit alles zou snel afgelopen zijn. Of Kora een Romeinse infiltrant was of niet, hij zou haar niet lang genoeg laten leven om erachter te komen. Hij wilde zijn roem vooral niet delen met een ander, terwijl hij Rome de sleutel tot de overwinning bracht. Het moet allemaal bij hem vandaan komen. Over een paar dagen zullen de Romeinse vlaggen aan de poorten van het Oude Giernest gehesen worden!

Appius zuchtte. Jammer dat Marcus zijn plan niet leek te steunen. Hij was een goede speelkameraad, niet al te slim en verspilt door zijn loyaliteit nog steeds zijn tijd in die verlaten landen. Ik heb de juiste beslissing genomen, zei hij regelmatig tegen zichzelf, maar op de een of andere manier klonk dit niet zo geruststellend als voorheen.

Plotseling zag Appius iets dat zijn hart even deed stilstaan. De roofvogel van de vrouw – een havik – zat voor zijn raam en keek hem aandachtig aan met die intelligente, wijde ogen.

 
 
+1
42
+1
3
+1
6